Wanneer je ons rechtssysteem benadert vanuit een principieel logisch perspectief dan doemen er vier principes op; vier grondbeginselen die ons juridische bouwwerk ondersteunen en waar elke rechtsregel naar toe terug te leiden is. Het zijn in wezen de enige regels die nodig zijn om veilig en in vrijheid samen te kunnen leven. Die uitgangspunten dreigen op dit moment te verdwijnen in een mist van bestuurlijke regels en morele dwang. En dat maakt onze samenleving niet alleen totaal onvrij, het wordt er ook nog onveilig van. Mensen worden tegen elkaar opgehitst en zijn op een gegeven moment bereid elkaar de hersenen in te slaan omdat ze denken beter te weten dan een ander hoe hét zit.

Steeds meer mensen beginnen dat door te hebben en zoeken naar veiligheid. De oplossing is dan niet nog meer regels en verboden. Nee, de oplossing is terugkeren naar de uitgangspunten. Herstel van dé Vier Principes. Die garanderen nog het allerbest dat we veilig en in vrijheid kunnen samenleven.

Het eerste uitgangspunt is : Niemand is de baas.

Principe 1- Iedereen is gelijkwaardig.

Niemand weet hoe hét zit. Mensen weten hoogstens hoe het voor hen zelf zit en met een beetje geluk weten ze hoe ze moeten leven. Maar ze kunnen en mogen dus ook niet voor een ander bepalen wat hij wel en wat hij niet mag doen. Dit uitgangspunt, principe 1 garandeert dus dat we in vrijheid samen kunnen leven.
Maar betekent dit dan dat iedereen alles mag doen? Mag iemand je fiets stelen of je aanvallen?

Het antwoord is: Nee! Je vrijheid is niet ongelimiteerd. Je mag een ander en zijn eigendommen niet (fysiek) schaden.

Principe 2 : DO NO HARM.

Dit is het principe dat onze veiligheid garandeert. Niemand mag een ander of zijn eigendommen schade toebrengen.

Maar wat kan je doen als iemand dat toch doet of het van plan is?

Dan geldt Principe 3: U mag zichzelf beschermen.

Wanneer een ander je aanvalt, dan mag je de vrijheid van die ander inperken en hem zelfs in geval van nood uitschakelen, maar dan moet die ander wel aantoonbaar en bewijsbaar een (fysiek) gevaar voor je zijn of van plan zijn om je (of jouw eigendom) fysiek te schaden. In wezen ben je dus alleen bevoegd tot defensief geweld.  

Belangrijke aspecten bij de beoordeling of geweld gerechtvaardigd is, zijn

1. is het noodzakelijk, 2. is het proportioneel, 3. effectief en 4. is er gekozen voor de minst schadelijke oplossing. 

Als toelichting de vraag: Mag een agent iemand in elkaar slaan?

Redenerend vanuit deze principes mag je jezelf beschermen. Die bevoegdheid kun je vervolgens overdragen aan bijvoorbeeld politiemensen, maar je kunt ook een veiligheidsdienst inhuren. De bevoegdheid tot defensief geweld kan je dus mandateren.

Wanneer je iemand mandateert – bevoegdheden geeft – om namens jou op te treden, klusjes te doen en zaken te regelen dan mag die man of vrouw niemand daarbij schaden, ook niet als hij minister is, of agent, of wat dan ook.

Hoe zit het dan als de politie de orde moet handhaven? Dan mag dat natuurlijk alleen als het defensief geweld is, want mensen zijn alleen bevoegd tot defensief geweld en dat geldt dus ook voor de overheid en voor de politieman. De politie ontleent haar bevoegdheid immers aan het mandaat dat ze heeft gekregen van burgers. Als een burger alleen bevoegd is tot defensief geweld dan geldt dat dus ook voor de politie.

Dat neemt niet weg dat u onderling alles mag afspreken.

Principe 4: U mag met een ander alles afspreken wat u beiden maar willen.

Je kunt alles met een ander, in vrijheid, afspreken wat je maar wil.  Als je met een ander (of anderen) in vrijheid en goed geïnformeerd een afspraak maakt, dan strekt zo’n overeenkomst partijen tot wet: ik spreek wat met jou af dan moeten jij en ik me daaraan houden. Op die manier kun je dus ook met een ander afspreken dat je met elkaar gaat vechten of boksen. Daar is geen bezwaar tegen, als het maar gebeurt met elkaars toestemming.

LET OP ! U kunt geen afspraken maken voor een ander.  (contractrecht) We kunnen dus niet met zijn tweeën afspreken dat een derde die daar misschien niet eens bij aanwezig is of er geen zin in heeft, iets moet doen. Zo simpel geldt dat ook voor de overheid, die mag ook niet van alles afspreken voor een ander. En dat mag ook niet als andere mensen zeggen “dwing ze maar”. Je kan de vrijheid van een ander niet wegstemmen.

Je mag alles afspreken met een ander, maar je mag geen afspraak maken voor een ander, tenzij… die ander daar toestemming voor geeft.


Plaats een reactie

Trending